Op het toilet hangt een verjaardagskalender. Dikke vellen papier, met ezelsoren van het omslaan, die net zo geel zijn als de deur waaraan hij met een roestig spijkertje hangt. De laatste laag verf is in 1974 op deze deur aangebracht, maar het kan ook langer geleden zijn, waardoor de lagen teer en nicotine de gele boventoon voeren. Het enige wat nieuw is, is de lichtschakelaar die werd vervangen nadat de oude bakelieten schakelaar in tweeën was gebroken en het plakband waarmee hij gerepareerd was, losliet. De oude stortbak die zich boven je hoofd bevindt, maakt waarschijnlijk nog steeds een angstaanjagend slurpend geluid zodra ik straks aan het koordje trek, en na al die jaren vrees ik het moment dat de stortbak een scheur blijkt te hebben, waardoor de inhoud zich als een douche over me uitstort in plaats van netjes door de lange leiding te stromen en mijn plasje weg te spoelen. Maar dat is voor later zorg. Ik ga op de lage toiletpot zitten en bekijk de kalender.
De namen van de jarigen staan in blokletters met balpen in verschillende tinten blauw en in wisselend formaat geschreven. Voornaam en achternaam maar geen jaartal.

Ik lees de namen een voor een. Bij de meeste namen zie ik een gezicht, een herinneringen, leuke en blije momenten, markante figuren, grote glimlachen, schaterlachen, sigaretten, een borreltje, ik hoor, zie en ruik de namen en alles wat ik met ze heb beleefd.
Maar ik besef dat de meeste namen er niet meer zijn, hoewel niets erop wijst dat de deze namen het leven allang hebben verlaten. Geen kruisje, zoals mijn moeder altijd doet. Alleen een markering van de dag waarop ze het leven werd gegeven. Letters, woorden die we een naam noemen en die herinneringen oproepen op een stuk papier die meer tot de verbeelding spreken dan een foto. Mijn verbeelding, beelden vol bewegingen die zo karakteristiek waren. Een gekromde rug, die grote bril, dat eeuwige sjekkie, de trillende handen die theekopjes lieten rinkelen op hun schotels. Ik zie op de kalender een leven vol verjaardagsfeesten van een grote familie gereduceerd tot letters op papier.

Omdat de tijd in dit huis en op dit toilet heeft stilgestaan, voelt het alsof ik zelf 30 jaar terug in de tijd ben gegaan. En dat raakt me. Ik mis ze. Stuk voor stuk. Of ik ze nu veel of weinig zag, de namen klinken zo vertrouwd. Zo veilig. Ze klinken als mijn jeugd, omringt door al die oude ooms en tantes van mijn moeder. De dynastie van 13 kinderen en hun aanhang domineren deze kalender. Ik lees slechts een enkele naam van mijn generatie waarvan ik op de kalender de oudste ben. En de missende generatie omdat 16 jaar geleden het bijschrijven van namen is opgehouden. Een generatie die maar een paar namen van deze kalender kent en nooit zal weten welke kleurrijke familieleden ze in hun leven hebben moeten missen. 

Ik lees alle namen nog een keer en probeer me elk gezicht voor de geest te halen voordat ik het wc-papier in de toiletpot laat vallen. Ik trek aan het koordje, de stortbak slurpt en spoelt keurig mijn plasje en heimwee naar vroeger weg. 

Ik vind deze verjaardagskalender zó mooi dat ik er zelf ook een wil kopen. De mooiste die er is van dik, stevig papier die ik op het toilet kan hangen en ik beloof mijzelf daarbij plechtig om nooit meer een ander te kopen. Een verjaardagskalender voor het leven, zonder kruisjes, vol leven, zodat de dood voor even niet bestaat en iedereen voor altijd een beetje bij me is en ik, met een glimlach en heimwee, de dag kan blijven vieren waarop de mensen op mijn kalender het levenslicht zagen en op enig moment mijn leven hebben verrijkt met hun aanwezigheid.